Let op, je gebruikt waarschijnlijk een verouderde browser!
Wij raden je daarom sterk aan te updaten naar een nieuwere browser.
Arrow top

Authentieke beleving in een gastvrij land

Het nogal eenzijdige beeld dat door de westerse media over Iran wordt gevormd, zal al snel worden doorprikt wanneer je kennismaakt met de openhartige Iraanse bevolking, voor wie gastvrijheid als elementair en vanzelfsprekend beschouwd wordt. Iran wil zich onderscheiden van de Arabische leefwereld en heeft ondanks zijn rijke etnische samenstelling een sterke nationale identiteit ontwikkeld met een oprechte trots op hun land. Tijdens een rondreis doorheen Iran ontdek je de schatkamer van het oude Perzië met als hoogtepunt Persepolis als best bewaarde Perzische stad. Verder word je verbaasd door de wondermooie mozaïeken in Isfahan, de woestijnarchitectuur van Yazd en de paradijstuinen in Shiraz.

PERZISCHE PARADIJSTUINEN

Door de eeuwen heen staan tuinen reeds symbool voor het eeuwige leven, maar in de Islamitische cultuur vertegenwoordigt de tuin nóg meer, namelijk de aardse versie van het paradijs. Het woord ‘paradijs’ komt uit het Perzisch en wordt letterlijk vertaald als ‘ommuurde tuin’. Gezien Iran voornamelijk uit woestijnland bestaat, zorgen de tuinen met hun waterpartijen voor de nodige verkoeling. Vanuit het oude Perzië heeft het concept van de Perzische tuin zich verspreid naar andere landen, zoals India waar de Taj Mahal een Perzische tuin bezit. Twee van de bekendste tuinen in Iran zijn de Tuin van Fin in Kashan en de Eram-tuin in Shiraz.

Narenjestan_Tuin_-_Shiraz_(Large)

QANATS & BADGIRS

Gezien het tijdens de zomermaanden zeer heet kan worden en er weinig neerslag valt, is er in het grootste deel van Iran praktisch geen landbouw mogelijk. Toch zorgen de bewoners er al meer dan 3000 jaar lang voor dat de vruchtbare gebieden uitgebreid kunnen worden door bevloeiing. Dit gebeurt door middel van ondergrondse kanalen, oftewel ‘qanats’ die water vanuit een bron naar lager gelegen gebieden laat stromen. Zo worden dorpen of steden van voldoende water voorzien en wordt landbouw mogelijk. De ‘qanats’ zijn soms wel tientallen kilometers lang en zitten vaak meer dan 30 meter onder de grond genesteld.

Niet enkel het land, maar ook de bevolking moet de droogte en hitte ondergaan. Zeker de steden langs de rand van de woestijn, zoals Yazd, krijgen in de zomer te maken met hete temperaturen. Ook hiervoor werd een vernuftig systeem bedacht, namelijk de windtorens of ‘badgirs’. Deze torens zijn de voorlopers van de moderne airconditioning en zorgen voor de nodige ventilatie in de huizen. De torens die tot 15 meter hoog zijn en zich meestal boven de zit- of slaapkamer bevinden, zijn vanboven voorzien van vier open wanden. Door een systeem van verschillende luchtkokers in de toren waait de wind via één luchtkoker naar binnen en stijgt de warme lucht door een andere luchtkoker weer naar buiten. Dat systeem zorgt ervoor dat de ruimte onder de toren afgekoeld wordt.

Yazd_-_shutterstock_179491892_(Large)