Let op, je gebruikt waarschijnlijk een verouderde browser!
Wij raden je daarom sterk aan te updaten naar een nieuwere browser.
Arrow top

Tussen palmpomen en koffiestruiken

Tijdens onze vorige reis (naar Peru) hadden we ontdekt dat je de Inca's niet mag verwarren met de Maya's of de Azteken, onder het motto: 'zeg nooit banaan tegen een Chiquita'. Na de indrukwekkende Inca-beschaving in Peru wilden we ook wel eens kennismaken met de Maya-cultuur. Combineer dat met een land van melk en honing - of eerder koffie en rum - en dan kom je uit in Guatemala en omstreken.


Bekijk enkel de foto's

Op weg naar Guatemala

Op weg naar Guatemala
De Ara Macao, de bekendste plaatselijke papegaai

Vanuit zowat overal in Europa leiden alle wegen naar Guatemala via Madrid. En dat betekent Iberia, niet bepaald onze favoriete luchtvaartmaatschappij. Hoe dan ook, we kwamen precies op het geplande uur aan in Guatemala City, waar reisleider Peter ons met zijn team (José, de plaatselijke gids, en Mario, de buschauffeur) stond op te wachten.

De luchthaven van Guatemala City ligt zowat in het midden van de stad, en na een uurtje waren we in ons hotel. Op de website van het hotel lees je 'minutes from La Aurora International Airport', maar dat moet je met een (hele dikke) korrel zout nemen, want files kennen ze ginder ook al. De koffers werden voorzien van de bekende witte Peter-lintjes (een vernuftig systeem om geen koffers van de groep uit het oog te verliezen - en het werkt nog ook!), en na een fijn avondmaal hadden we geen enkele moeite om uitgeput in ons bed neer te vallen. Omdat iedereen (behalve ikzelf) toch last zou krijgen van jet-lag werd een heel vroeg vertrekuur voorzien. Waar een stevig rinkelende wake-up call al niet goed voor is...

... en naar Copán, Honduras

... en naar Copán, Honduras
Een van de talrijke Maya-bouwwerken in Copán, Honduras.

We waren nog maar net in Guatemala aangekomen, of we verlieten het land al, richting Copán in Honduras. Normaal is de rit ongeveer 250 km lang, maar wegens jarenlang aanslepende wegenwerken werd geopteerd voor een nog iets langere, maar toch snellere route. Onderweg konden we niet alleen kennis maken met het prachtig groene heuvelachtige landschap van Guatemala, maar ook met onze reisgezellen. Wat mij nog het meest verbaasde was het feit dat we allemaal na zowat een dag de meeste voornamen al met het juiste gezicht in verband konden brengen. De grensovergang was een fluitje van een cent: binnen de kortste keren prijkte een eerder saai transit-stempeltje in elk paspoort. Voor één keer werden we aan een grens eens niet automatisch als uiterst verdachte en potentieel gevaarlijke personen beschouwd.

Copán ligt maar enkele kilometer voorbij de grens, en we werden rond de middag vergast op een lekkere maaltijd die door ons hotel in open lucht opgediend werd. Nog een paar leuke kennismakings-babbels met onze reisgenoten, en het echte werk kon beginnen: een bezoek aan de meest zuidelijke site van de Maya's (de meeste Maya-sites liggen dus noordelijker, vooral in Mexico).

Eerst kregen we een rondleiding met deskundige uitleg van de museum-gids (netjes simultaan-vertaald in het Nederlands door Peter) in het Museo de la Escultura de Copán. Men heeft namelijk een aantal interessante stukken ondergebracht in het museum, eerder dan ze buiten verder te laten eroderen in weer en wind. Op de site zijn die stukken dan vervangen door replica's.

Tijdens onze wandeling naar de site konden we al kennismaken met een heleboel prachtige veelkleurige papegaaien, van het merk Ara Macao, de nationale vogel van Honduras, die zich gewillig lieten fotograferen.

En dan begonnen we onze tocht door de overblijfselen van deze enorme Maya-stad, met onder andere de schitterende 'Trap der hiërogliefen'. Heel de geschiedenis staat op de trap gebeiteld... alleen hebben Amerikaanse archeologen alles door elkaar geschud bij de opgravingen. Het geheel was namelijk bij de ontdekking overwoekerd door wel héél kloeke bomen met metersdiepe wortels. Bij het verwijderen van die bomen heeft men blijkbaar alles goed door elkaar geklutst. Daarna heeft men de trap terug samengesteld uit de opgegraven blokken, maar helaas niet in de oorspronkelijke volgorde. Net alsof je in Europa in de geschiedenisboeken zou lezen dat Napoleon door Keizer Karel verslagen werd in de tweede wereldoorlog. Maar goed, wij kunnen toch geen hiërogliefen lezen, en dus konden we ons helemaal inleven in de Maya-wereld, aan de hand van het verhaal dat Peter voelde opborrelen.

Het opgegraven en gerestaureerde deel van de site is maar een fractie van wat er in werkelijkheid nog onder de talrijke heuvels verborgen zit. Dit eerste studiebezoek was alvast een voltreffer... en Peter beloofde ons nog meer van dat. Voor de rit naar het hotel was een alternatief vervoermiddel voorzien: plots kwam een hele meute Tuc-Tuc's de parking opgereden, een schokkende (letterlijk te nemen) ervaring...

Van Copán (Honduras) naar Livingston (Guatemala)

Van Copán (Honduras) naar Livingston (Guatemala)
Zonsondergang op de Rio Dulce, op weg naar Livingston.

Voor we het goed en wel beseften waren we het bord 'Bienvenidos a Guatemala' al gepasseerd, en reden we richting Rio Dulce. Onderweg konden we al even kennismaken met de nationale teelt van Guatemala: koffie. We kregen in een verwerkingsbedrijf uitleg over het drogen en verpakken van de plaatselijk geproduceerde koffiebonen.

Verderop kregen we onze tweede Maya-site te verorberen: het Parque Arqueológico Quiriguá. Deze 3 km² grote Maya-nederzetting (noem het gerust 'stad') was in feite in de achtste eeuw een culturele, economische en godsdienstige concurrent van Copán in de klassieke Maya-periode. In 738 werd de Maya-koning Uaxaclajuun Ub'aah K'awiil (vrij vertaald '18-konijn') verslagen door ene K'ak' Tiliw Chan Yopaat (alias 'stormachtige hemel'), waarna de belangrijkste bloeiperiode van de stad volgde. Talrijke stela's (rechtopstaande, prachtig gebeeldhouwde monumenten) werden hier gevonden. Stela E was in zijn tijd (762) het hoogste monolitische monument van de Maya's (een goeie 10 m, waarvan 3 m ondergronds als fundering).

Hier leerden we van José en Peter hoe de Maya's telden en rekenden. Een schelpje staat voor 0, een puntje voor 1 en een liggend streepje voor 5; het basisgetal was 20 (al dan niet toevallig de som van je tien vingers en tien tenen). Konijn # 18 had dus drie puntjes en drie streepjes. Wie geïnteresseerd is in deze materie moet ofwel maar eens meegaan naar Guatemala, ofwel de details opzoeken op het internet. De eerste studiemethode is wel de leukste .

In de bus op weg naar Rio Dulce konden we (voor alle duidelijkheid, exclusief de chauffeur) voor het eerst kennismaken van Guatemalese rum, waarvan Peter beweerde dat die beter smaakt dan zijn Malagassische concurrent... laten we het maar houden bij 'de gustibus et de coloribus nihil disputandum'.

In het stadje Rio Dulce scheepten we in in twee speedboten die ons over de Rio Dulce ('zoete/zachte rivier') over een afstand van zowat 35 km naar Livingston zouden brengen, aan de Caraïbische kust. De stemming zat er al goed in toen de motor plots uitviel en onze stuurman aankondigde dat zijn brandstof op was. Toevallig was dat in de tweede boot ook het geval. Toevallig ook hadden ze een ganse reeks geprepareerde kokosnoten meegenomen bij wijze van noodproviand voor het geval dat ze zonder benzine zouden vallen. Nadat de inhoud van kokossap zowat half was leeggezogen, werd het overgebleven volume aangevuld met rum. Prompt werd door een aantal techneuten onder het gezelschap een projectvoorstel gelanceerd: genetisch gemanipuleerde kokospalmen die kokosnoten zullen voortbrengen waarin de rum al van nature aanwezig is.

Ondertussen konden we genieten van een ongelooflijk mooie zonsondergang, maar het laatste deel van de bootrace werd in het stekedonker afgelegd. Gelukkig waren onze stuurmannen niet aan hun proefstuk toe. In Livingston namen we onze intrek in het mooie Villa Caribe hotel, op een paar meter van onze aanlegplaats. Ter informatie: Livingston werd genoemd naar een Amerikaanse politicus, Edward Livingston, niet naar 'Dr. Livingstone', de man die in Afrika gevonden werd door Stanley met het bekende citaat: 'Doctor Livingstone I presume?'.

Via de Rio Dulce naar Tikal

Via de Rio Dulce naar Tikal
De paradijselijke oevers van de Rio Dulce

Na het ontbijt maakten we nog een wandeling door Livingston, een typisch centraal-Amerikaans dorpje met de nodige couleur locale. De terugtocht naar Rio Dulce verliep heel wat rustiger, en onderweg kregen we ruim de kans om kennis te maken met een heleboel vogels en o.a. leguanen. We voeren ook nog langs het Castillo de San Felipe de Lara, en in Rio Dulce kregen we een typische Caraïbische maaltijd aangeboden, een soort maaltijdsoep met een complete vis erin, naast allerlei andere ingrediënten van lokale oorsprong. Het was lekker, maar het recept moet je me niet vragen.

Ondertussen had ons het nieuws bereikt dat door de overvloedige regens van de afgelopen dagen (waar wij tot dan toe zelf nog geen last van hadden gehad) het voorziene hotel niet meer bereikbaar was, maar Anders dan Anders zou anders zijn dan anders als er niet al een oplossing gevonden was, met name een ander (en zelfs nog beter) hotel, de Camino Real.

De grens over naar Belize

De grens over naar Belize
Een Maya-piramide in Cahal Pech

De weergoden hebben ons weer stokken in de wielen gestoken: ook de site van Xunantunich bleek compleet ontoegankelijk door de regen van de vorige dagen. Maar geen nood, Maya-sites genoeg in de buurt, met onder andere Cahal Pech, in de buurt van San Ignacio. Maar eerst moesten we nog de grens over geraken naar Belize, een heel ander soort grensovergang dan die van Guatemala naar Honduras. Hier moesten allerlei documenten ingevuld worden; de maat van mijn schoenen en de kleur van mijn sokken hadden ze net niet nodig. Dank zij onze begeleiders moest niemand van onze groep zijn koffer uitladen voor controle (wat bij talrijke andere toeristen wél het geval was). We passeerden deze enigszins avontuurlijke grenspost in minder dan een half uurtje.

Cahal Pech is een van de alleroudste Maya-nederzettingen; er zijn aanwijzingen gevonden dat de Maya's er al rond 1200 voor onze tijdrekening hun intrek namen. De opgravingen begonnen pas in 1988 en duurden tot 2000. Een heel recente archeologische trekpleister dus, waar ongetwijfeld nog veel te ontdekken valt! Al de Maya-monumenten liggen te midden van een prachtig stuk regenwoud met een weelderige flora en tal van beestjes. De naam Cahal Pech betekent helaas wel 'Plaats van de teken', maar in ons gezelschap heeft niemand er last van gehad. Wel hebben we er prachtige leguanen gespot.

Helemaal voldaan reden we dan naar de Chaa Creek Lodge, een prachtig domein met individuele bungalows en een heerlijk zwembad. Na het avondeten konden zij die wilden nog mee de jungle intrekken voor een nachtwandeling. Die was ronduit spectaculair. Onze gids leerde ons hoe we met behulp van een zaklamp de reflecterende oogjes van de wolf-spin konden herkennen, en we vonden paren gigantische witte kevers, schorpioenen, tarantula's, allerlei vogels (in slapende toestand weliswaar) en een paar opossums. Die wandeling was meer dan de moeite waard, maar je mag dan niet, zoals in mijn geval, vergeten een batterij in je fototoestel te stoppen.

Caracol

Caracol
Een Maya-piramide in Caracol

Er stonden geen caracollen (eigenlijk wulken) op het menu, maar we bezochten Caracol, een van de belangrijkste Maya-steden. Naar het schijnt werd de site wel door de archeologen van de naam 'Caracol' voorzien omwille van de ontelbare slakken die in dit gebied zouden voorkomen. Met 200 km² (!) was deze stad in feite groter dan de huidige hoofdstad, Belize City. Ook deze site werd tamelijk recent ontdekt, in 1937.

Onderweg werden we gewaar dat de regen van de laatste dagen wel heel intens moest geweest zijn, want ook de (zand-, of liever klei-)weg naar deze site was op sommige plaatsen zo goed als onberijdbaar. Moeizaam ploegden onze jeeps door de modder, en iemand die het gewaagd had om zich met een auto met gewone achterwielaandrijving in dit terrein te verplaatsen moest door een van onze jeeps weggetrokken worden. De schoenen van wie even wilde uitstappen werden onmiddellijk verzwaard met een paar kilo rode klei.

De indrukwekkende centrale piramidetempel, met een hoogte van 42 m, ligt midden in het regenwoud. Deze site moet mensen gehuisvest hebben vanaf meer dan 1000 voor Christus tot 950 na Christus. Er zijn tot nu toe tientallen stela's, altaren, graven en kamers gevonden, maar er is nog ontzettend veel 'onontgonnen' terrein. Daar zal men een keuze moeten maken tussen conserveren of opgraven en restaureren.

Onderweg kreeg onze jeep nog een platte band (gelukkig in het geasfalteerde gedeelte, en niet op de modderpiste), maar dat euvel werd door onze chauffeur heel snel verholpen.

Schattige beestjes

Schattige beestjes
Een lieftallig spinnetje in de bossen van Caracol

Caracollen hebben we in Caracol niet gezien, spinnen van 7-8 cm wél. Enfin, spinnen...? Eerder mini-pantserwagens.

Van Belize terug naar Guatemala: een hindernissenpiste

Van Belize terug naar Guatemala: een hindernissenpiste
Een Belizeaanse leguaan

Na de regen stond ons een nieuw probleem te wachten: toen we de grens Belize-Guatemala overgestoken waren bereikte ons het bericht dat een paar kilometer verder wegblokkades opgezet waren om politieke protesten kracht bij te zetten. Peter en José gingen dan toch maar even met een taxi ter plaatse poolshoogte nemen. Ondertussen genoten we in een plaatselijk hotel van een heerlijk drankje, 'Jamaica', gemaakt op basis van hibiscus. Slecht nieuws helaas, de wegblokkades zagen er grimmig en niet bepaald toeristen-vriendelijk uit. Omwille van onze veiligheid besliste Peter dan ook dat geen poging zou ondernomen worden om erdoor te geraken. Een straatje omrijden kon ook niet, want er zijn van Belize naar Guatemala maar 3 grensovergangen (er zijn overigens naar verluidt in Belize ook maar 6 kruispunten met verkeerslichten).

Een hele strategie werd uitgewerkt met een scenario als in de film. Eerst en vooral moesten we terug de grens over richting Belize. We zouden met twee kleine busjes naar Belize City (ongeveer 120 km, maar wel 2.5 uur rijden) gebracht worden met per persoon enkel een kleine reistas of rugzak. Daar namen we het vliegtuig (Tropic Air), of liever, twee vliegtuigen, want er waren enkel kleine toestellen beschikbaar, naar Flores (Guatemala). Ondertussen zou de chauffeur met de bus wachten tot de situatie wat kalmer werd om dan met onze hoofdbagage Guatemala binnen te rijden. Onze gids José zou dan weer met een omtrekkende beweging een kilometer of 10 te voet door de jungle trekken tot achter het 'front', om daar een taxi te nemen naar Flores. Uiteindelijk kon de bus met onze bagage 's avonds laat langs de blokkade rijden, en zette ze koers naar Guatemala City. Met onze paspoorten voorzien van bladzijden vol immigratie- en emigratiestempels geraakten we 's avonds uiteindelijk toch op onze bestemming, de Jungle Lodge in Tikal. Dolle pret voor de verzamelaars van paspoort-stempels.

Tikal: het neusje van de Maya-zalm

Tikal: het neusje van de Maya-zalm
Ongetwijfeld het bekendste bouwwerk van Guatemala: tempel II aan de centrale plaza in Tikal

Voor de vinnigsten onder ons was er een ochtendwandeling voorzien om vanop de hoogste tempel van Tikal de zonsopgang mee te maken, begeleid door de geluiden van het wakker wordende regenwoud. Ik heb me evenwel laten wekken door het geluid van mijn ontwakende eega. Maar geen nood, na een stevig ontbijt trokken ook wij Maya-waarts. Tikal is alweer een spectaculaire site, alweer midden in het prachtige regenwoud. Dat dit de status kreeg van UNESCO-werelderfgoed zal niemand verbazen. Het gaat om een grote stad, die vooral bloeide van 200 tot 900. Er zouden het grootste deel van die periode tienduizenden inwoners geweest zijn (sommige bronnen vermelden pieken van 120 000, en met enkele 'voorsteden' erbij gerekend zelfs meer dan 400 000). Het residentiële deel van de site zou zo'n 60 km² groot zijn. Het is alleszins een van de grootste bevolkingsconcentraties geweest in de oude geschiedenis. De gebouwen zijn opgetrokken uit kalksteen die in nabijgelegen groeven gewonnen werd.

Het meest indrukwekkend is de centrale plaza met tempels I en II, recht tegenover elkaar. De site omvat duizenden gebouwen, trappen, monumenten en andere constructies, waarvan nog maar een klein gedeelte opgegraven en gerestaureerd is. Delen van de site zijn zelfs nog niet in kaart gebracht! Ik moet je niet vertellen dat de fotografen onder ons aan dit bezoek krampen aan hun rechterwijsvinger overgehouden hebben.

Spectaculair was de beklimming van tempel IV, vanwaar je een prachtig overzicht hebt, met toppen van tempels en piramiden die boven het regenwoud uitsteken. Wel werden we na deze beklimming getrakteerd op een stevige tropische regenbui (en dat zou niet de laatste zijn die dag).

Naast al dat historisch erfgoed biedt het regenwoud natuurlijk ook tal van andere geneugten op het gebied van landschappen, flora en fauna. Het waren slingerapen die ons kwamen uitzwaaien op weg naar de Jungle Lodge en daarna naar de luchthaven van Flores, vanwaar we met twee kleine vliegtuigen opnieuw naar Guatemala City gebracht werden.

Van Guatemala City naar Atitlán

Van Guatemala City naar Atitlán
De kathedraal van San Juan Comalapa

In Guatemala City bezochten we het Popol Vuh museum, helemaal gewijd aan de plaatselijke geschiedenis, van de Maya's tot de Spaanse koloniale periode.

We genoten van een heerlijk middagmaal in Guatemalese stijl in San Juan Comalapa, inclusief een 'Whiskey Maya'. Een Marimba-ensemble bracht een aantal folkloristische nummers, waaronder een minuten lang durend stuk waarin allerlei geluiden uit het regenwoud op een fantastische manier nagebootst werden. Als je je ogen sloot waande je je echt ergens in de rimboe. We bezochten nog de plaatselijke erg kleurrijke markt, en gingen een kijkje nemen bij de muurschilderingen waar het dorp beroemd voor is.

De inwoners van Comalapa hebben over de ganse lengte van de muur rond het kerkhof en de school muurschilderingen aangebracht die de geschiedenis weergeven van het stadje, dat in de loop der jaren geteisterd werd door oorlog, brand, moord, aardbevingen en allerlei ander onheil, maar toch altijd weer overeind kroop. Tientallen families hebben 'hun' kunstenaar afgevaardigd, en ze hebben allemaal samen een bepaalde stijl afgesproken voor hun werk. Daardoor is het een prachtig geheel geworden, waarbij je niet kunt merken dat het door een heleboel verschillende kunstenaars gerealiseerd werd. Momenteel wonen er niet minder dan een 500-tal kunstschilders in Comalapa!

We kwamen in Atitlán aan toen het al donker was, en namen onze intrek in het Posada Don Rodrigo hotel, aan de oever van het meer.

Een cruise op het Atitlán-meer

Een cruise op het Atitlán-meer
Ontbijt met uitzicht: het meer van Atitlán met de San Pedro vulkaan (3020 m)

Het uitzicht vanuit ons hotel over het meer, omringd door imposante vulkanen (tot bijna 4000 m hoog), beloofde ons een prachtige boot-excursie. Het is een kratermeer, meer dan 300 m diep, in een reusachtige caldera die het gevolg is van vulkanische activiteit ongeveer 80 000 jaar geleden.

Elk dorpje aan het meer heeft zowat zijn eigen ambachten, en zelfs de favoriete kleur verschilt van dorp tot dorp.
We hadden een boot voor ons gezelschap alleen, en voeren over het meer eerst naar San Antonio, een dorpje dat erg bekend is om zijn keramiek en ambachtelijke katoen-weefsters.

Daarna ging het verder naar San Juan La Laguna, waar de type-kleur paars is, afgewisseld met wit en blauw. We bezochten een weverij waar manueel sjaals geweven worden. Dit dorpje is ook bekend voor landbouw in terrasvorm, en de moedigsten onder ons klommen op de terrassen waar ajuin geteeld wordt, met een heel mooi uitzicht over het meer. Op de terugweg bezochten we nog een keramiek-atelier waar vaasjes en potjes manueel met penselen beschilderd worden om daarna uitgebakken te worden. Met een oneindig geduld worden de meest complexe tekeningen aangebracht met minuscule verfstreepjes.

In Santa Catarina, onze volgende aanlegplaats, werden we uitgenodigd om in groepjes van drie of vier te gaan eten bij lokale mensen thuis, waar de vrouw des huizes een traditionele lunch presenteerde. Op die manier konden we eens ondervinden hoe gebarentaal kan helpen als je de plaatselijke taal niet spreekt. Maar in ons geval hadden we het gemakkelijk: onze begeleider sprak redelijk vloeiend Engels. Alleszins was dit een perfecte manier om kennis te maken met een traditioneel huishouden in Guatemala... het échte dagelijkse leven dus.

Hier bezochten we ook nog een atelier waar wol en katoen geverfd wordt met behulp van natuurlijke (meestal plantaardige) kleurstoffen. De dames stortten zich gretig op de kleurrijke sjaals die er voorradig waren.

Op de terugweg waren we vanop het water getuige van alweer een magnifieke zonsondergang waarbij een slokje rum voor de nodige ambiance zorgde. In Guatemala doen ze niet mee aan acties in de stijl van 'Tournée minérale'.

Antigua

Antigua
De Agua vulkaan (3765 m) ten zuiden van Antigua, gezien vanuit een kloosterruïne.

Onze laatste pleisterplaats tijdens deze reis was Antigua, de eerste hoofdstad van Guatemala en als geheel UNESCO werelderfgoed. Op het gebied van gebouwen is barok hier het codewoord... hoewel... bijna alle kerken en kathedralen zijn herleid tot ruïnes, een gevolg van de vele aardbevingen die deze streek geteisterd hebben in de loop van de geschiedenis.

Zoals in vele Spaanstalige contreien heet de 'Grote Markt' hier 'Plaza de Armas', een gezellig plein, omgeven door talrijke restaurantjes en winkeltjes. Antigua is letterlijk omgeven door vulkanen. De drie grootste zijn de Volcán de Agua (3765 m), de Acatenango (3976 m) die het laatst nog uitbarstte in 1972, en de Volcán de Fuego (3763 m) die ook nu nog nagenoeg constant actief is, meestal beperkt tot wat geblaas en gepuf (laatste significante eruptie in 2012).

We maakten een wandeling doorheen de stad, met onder andere een bezoek aan de boog van Santa Catalina, een bekend stadsicoon, de Santiago-kathedraal, het klooster en de kerk van La Merced en een paar andere ruïnes van kloosters en kerken. Tenslotte kregen we ruim de tijd om nog wat te flaneren langs de straatjes van Antigua en de Plaza de Armas.

We verbleven in een typisch boutique hotel, El Convento, strategisch gelegen in het centrum van Antigua.

Beklimming van de Pacaya-vulkaan

Beklimming van de Pacaya-vulkaan
De Pacaya-vulkaan gezien vanop het niveau 2100 m.

Toen we opstonden ontwaarden we een stralend blauwe lucht... een goed teken voor een tocht door de natuur. We reden naar San Vicente Pacaya, een dorpje aan de voet van de gelijknamige vulkaan van 2552 m hoog. Ook deze vulkaan is continu actief, en hier en daar komt wat rook uit openingen in de flanken van de vulkaan. Het werd wel een heel steile klim met een hoogteverschil van ongeveer 400 m, naar een plateau ergens halfweg de eigenlijke kegelvormige vulkaankrater. We werden gevolgd door enkele paarden met begeleider; die cowboys hoopten duidelijk dat iemand het onderweg zou opgeven. Maar dat was buiten de sportiviteit van onze wandelaars gerekend. Iedereen haalde met overtuiging te voet het voorziene hoogste punt. Daar genoten we met volle teugen van het wondermooie uitzicht. De afdaling verliep langs imposante vrij recente lavavelden. Aan de voet van de vulkaan stond de bus al klaar om ons naar Santa Teresita te brengen om de inwendige mens te versterken, want een stevige wandeling vraagt een stevige lunch.

Na de lunch konden we nog het vulkaanstof van ons afspoelen, en ons vermoeide lijf laten ontspannen in een aantal wisselbaden gevolgd door massage.

Mooie liedjes duren niet lang (genoeg)...

Mooie liedjes duren niet lang (genoeg)...
Koffiebonen plukken in de buurt van Antigua

In de voormiddag konden we nog een koffieplantage bezoeken, en het ganse productieproces volgen van plukken tot verzending van de behandelde en gedroogde koffiebonen. Het transportmiddel naar de plantage was een leuke verrassing: ze hadden een aantal old-timers gecharterd, zoals je ze wel eens ziet op postkaartjes uit Cuba.

Elke koffiebes wordt individueel geplukt, want de verschillende bessen aan een struik en zelfs tak zijn niet alle op hetzelfde moment rijp. Daarvoor is veel geduld en behendigheid vereist. De koffie wordt dan in verschillende stappen behandeld (ontvellen, wassen, drogen, fermenteren, enz.). Dit bezoek werd uiteraard afgerond met - hoe kan het ook anders - een heerlijke kop koffie. Tijdens het bezoek konden we overigens een kleine eruptie waarnemen aan de top van de Volcán de Fuego.

Onderweg naar de luchthaven kregen we nog een laatste Guatemalese maaltijd voorgeschoteld, en dan was het liedje uit. We begonnen te beseffen dat we na de vliegtuigreis een kleine 30°C moesten inleveren, helaas.

En tot slot...

En tot slot...
Koffiefarm in de buurt van Antigua, met op de achtergrond de Agua-vulkaan

Onze zevende reis met Anders dan Anders was weer een voltreffer. We hebben wel wat pech gehad met het weer en/of de gevolgen van dat weer en wat probleempjes bij de grensovergang tussen Belize en Guatemala, maar dat heeft de pret geenszins bedorven.

We hebben enerzijds enorm veel bijgeleerd, en ons anderzijds bijzonder goed geamuseerd.
Met dank aan onze toffe medereizigers, onze onvermoeibare reisbegeleiders (Peter, José en Mario) en alle medewerkers van Anders dan Anders.

Reisverhalen over Vlucht van de Quetzal

Guatemala

François den Ouden (43 Reizen met ADA)

Heb je een vraag over anders dan anders of deze reis in het bijzonder?

Rik Dillen vertelt je er graag meer over, volledig onafhankelijk, gebaseerd op eigen ervaringen.

Stel Rik Dillen een vraag