Let op, je gebruikt waarschijnlijk een verouderde browser!
Wij raden je daarom sterk aan te updaten naar een nieuwere browser.
Arrow top

Schaduw van de Inca

We steken de grote plas over, richting Zuid Amerika naar Peru, het land waarvan de Inca’s vonden dat Cusco, hun hoofdstad, de navel van de wereld was.


Bekijk enkel de foto's

Dag 1 & 2 – 11/4 en 12/4/11

Dag 1 & 2 – 11/4 en 12/4/11
Lima- Plaza de Armas (meer foto's op www.fdenouden.net)

Via Madrid vliegen we er heen met Iberia en Lan Peru. Door een computerprobleem in Brussel heeft een flink deel van het reisgezelschap nog geen instapkaart voor de vlucht van Madrid naar Lima, en op Barajas Airport wordt ijverig, langdurig en vooral vruchteloos gezocht naar de “transtferbalie” tot blijkt dat zoiets hier gewoon de incheckbalie in de vertrekhal is. Gelukkig hebben we voldoende tijd voor onze zoektocht en na een rustige vlucht landen we ’s anderendaags vroeg op de Aeoropuerto Internacional Jorge Chavèz van Callao in Lima. Het is er een beetje mistig, door de garua met de groeten van de von Humboldtstroom, en het stinkt er naar vis maar we worden hartelijk verwelkomd door Peter, onze AdA gids, reisleider en herder voor de komende drie weken en naar ons hotel gebracht voor een extra ontbijt.

We storten ons in het verkeer voor een korte kennismaking met Lima, een stad van 9miljoen inwoners die uit haar voegen barst, gesticht door Pizarro op wat eigenlijk een woestijn aan de zee was. Het verkeer sukkelt er van kruispunt naar kruispunt, van verkeerslicht naar verkeerslicht en op diverse avenidas hangen er daar meer van dan de jaarlijkse kerstversiering op de Meir.
Vele koloniale woningen in het commerciële centrum worden voor harde dollars gesleten aan bouwpromotoren die er peperdure, moderne maar zielloze torengebouwen op neerpoten, maar het Historisch Centrum rond de Plaza de Armas of Plaza Mayor ademt nog de oude glorie uit. Sedert 1991 trouwens geklasseerd als Unesco Werelderfgoed.
Hier staat het Presidentieel Paleis en de kathedraal met het praalgraf van de conquistador Francisco Pizarro, stichter van Lima. Je hebt er een dubbel gevoel bij. Zoveel eerbetoon voor de knaap die, gedreven door pure hebzucht naar goud en zilver, met verraad, list, geweld en geholpen door meegebrachte pokken en mazelen, een goed georganiseerde samenleving in de vernieling hielp, een bevolking decimeerde of tot slavernij bracht en het land beroofde van al zijn kunstschatten.
Ook de godsdienst moest er aan geloven, zieltjes werden gewonnen goedschiks of kwaadschiks, iedere katholieke orde die zichzelf respecteerde bouwde er wel een kerk of klooster op de fundamenten van de Inca tempels. Wij bezoeken het Convento de San Francisco uit 1774 met in de catacomben een rijkelijk bedeeld ossuarium.
Tijd voor de lunch aan de oude stadsmuren. Ze hebben er het ruiterstandbeeld van Pizarro geparkeerd je hebt er het zicht op de Cerro waar de minder begoeden huizen in de favellas. Dan nog snel een uiltje vangen en een opknapbeurt in het hotel voor we gaan avondmalen in een lokaal restaurant en daar getrakteerd worden op Peruaanse muziek en dans, verrassend in zijn variatie en veelkleurigheid.

Dag 3 – 13/4/11

Dag 3 – 13/4/11
Lima - klippen van Chorilos

We rijden langs de Pan American Highway en volgen de kust naar de Pre-Inca site Pachacamac, oorspronkelijk van de Huari en de Ichma culturen en een religieus centrum toen het werd ingelijfd in het Inca Imperium want laat daar geen misverstand over bestaan, ook de Inca waren veroveraars die hun rijk zo nodig manu militari uitbouwden, alleen deden ze dat iets minder met dollar tekens in hun ogen en met iets meer respect voor plaatselijke gewoonten, begraafplaatsen en godsdiensten.
Archeologen hebben een hele reeks piramiden geïdentificeerd die, dicht bij de kustlijn en geconstrueerd uit adobe, zwaar te lijden hebben gehad van het El Niño fenomeen.
Terug naar Lima, in de late namiddag nog even genieten van een wandeling langs de klippen van chorilos in Miraflores, het rijke gedeelte van Lima, naar het El Parque del Amor met het standbeeld ”El Beso”, een koppel drukdoende met een passionele kus.
We nemen de korte avondvlucht naar Trujillo, en dan komt Murphy met zijn wet op de proppen. Als we op spuugafstand van Trujillo zijn, meldt de boordcommandant ons doodleuk dat de luchthaven dichtzit wegens atmosferische toestanden, hij wel eventjes zal proberen om te landen en als dat niet lukt we terugkeren naar Lima. Aldus geschiedt en dus staan wij, kort voor middernacht, terug op de luchthaven van Lima met bagage en een nieuwe boarding pas voor morgen om 16h25 voor een nieuwe poging om naar Trujillo te vliegen. Goede raad is duur en hotels volzet en Peter verdient zijn hemel, een emmer vol medailles en onze eeuwige dankbaarheid voor de wijze waarop hij er in slaagt voor ieder van ons een bed te vinden, zij het na enkele uren, in schuifjes en verspreid over twee hotels kan ieder met een zucht van verlichting tussen propere lakens kruipen.

Dag 4 – 14/4/11

Dag 4 – 14/4/11
Trujillo

Onze vlucht is pas in de namiddag dus moeten we ons niet haasten, we verzamelen in gespreide slagorde lunchen in het hotel aan de luchthaven en vertrekken dan toch, zij het weer met wat vertraging, naar Trujillo waar we dit keer wel kunnen landen op de miniatuur luchthaven. We worden opgewacht en naar ons hotel gebracht.

Dag 5 – 15/4/11

Dag 5 – 15/4/11
Tempel van de Maan - de god Ayapec

Het programma wordt noodgedwongen ietwat aangepast, we hadden vandaag afspraak in Chiclayo met de heren van Sipan (hun graftombe dan toch), maar dat zal voor een andere keer zijn. We blijven in Trujillo en beginnen met de Huaca de la Luna, tempel van de maan, aan de voet van de Cerro Blanco en de Rio Moche, een indrukwekkende adobe piramide gebouwd door de Moche of de Mochica. Een cultuur die uitmuntte in kunstig bewerkt aardewerk en goud maar even goed z’n hand niet omdraaide voor massale mensenoffers als dat nuttig werd geacht. Er wordt ijverig opgravingswerk verricht en verschillende kleurrijke muurschilderingen en reliëfs zijn blootgelegd van de god Ayapec of de Gevleugelde Onthoofder, een heel suggestieve naam die de godsdienst typeert.
Voor de lunch rijden we naar Huanchaco. Een vissersdorpje waar ze sinds mensenheugenis bootjes gebruiken uit totorariet en er is discussie of dit nu een eerste vorm van surfen kan genoemd worden. Dan naar Chan Chan enig overgebleven plaats van de Chimu cultuur die uit de Moche cultuur groeide en stand hield tot de Inca ze op hun beurt overnam. Unesco Werelderfgoed sedert 1986 is het een reuze groot complex uit adobe dat vandaag weer bedreigd wordt door aardbevingen en veranderingen in het neerslag patroon door El Niño en dat is natuurlijk funest voor alle constructies in gedroogd slijk.
Tijd om naar de luchthaven te gaan voor onze terugvlucht naar Lima en ”good ole” Murphy is daar ook weer. Volgens programma moesten we terugvliegen uit Chiclayo maar door de wijziging werd dat veranderd in Trujillo en wat perfect in orde is voor Lan Belgie die de omboeking verzorgde is absoluut ”not done” voor de Lan Peru dame op Trujillo airport. En terwijl de minuten naar het vertrek wegtikken en alle andere passagiers probleemloos inchecken en instappen, wordt er druk overleg gepleegd tot vreugde en profijt van diverse telecomoperatoren. Het hoe en waarom daargelaten, als het vliegtuig vertrekkensklaar staat krijgen wij dan toch groen licht en kunnen ook aan boord gaan.

Dag 6 – 16/4/11

Dag 6 – 16/4/11
Huacachina oase

Vandaag beginnen we met een busrit naar Ica een slordige 300km, langs de Pan American Highway in zuidelijke richting. Highway klinkt goed maar er wordt toch vlotjes 5uur voor uitgetrokken. We maken eerst nog een kleine omweg naar een vissersdorpje waar de vangst van vandaag, van vooral zwaardvis en tonijn, net onder de hamer is gegaan in de plaatselijke vismijn.
Nu wordt pas duidelijk dat de ganse kuststreek van Peru eigenlijk woestijngebied is tot ze naadloos overgaat in de Atacama woestijn in Chili.
Na de middag bezoeken we het Museo Regional de Ica, een klein museum maar met een interessante collectie pre-columbian artifacts, een collectie mummies en voorbeelden van kunstmatig verlengde schedels van de Paracas, klaarblijkelijk een schoonheidsideaal in sommige pre-Inca culturen.
En dan duikelen we de woestijn in naar de Huacachina oase waar sportievelingen hun tanden eens kunnen zetten in de beklimming van een van de hoge zandduinen.

Dag 7 – 17/4/11

Dag 7 – 17/4/11
Nazca lijnen - de kolibri

We moeten er een uurtje vroeger uit, om 5h30 want we gaan nog iets verder naar Nazca en de Nazca lijnen. Ontdekt in 1930 toen men er voor het eerst overvloog, want onherkenbaar van op de grond hebben archeologen, antropologen, etnologen, astronomen en andere knappe koppen er ontelbare keren hun licht laten over schijnen, en er de meest uiteenlopende theorieën over geponeerd. Ene Maria Reiche heeft er zelfs haar levenswerk van gemaakt. Dat de figuren zo lang geconserveerd zijn geweest is enkel te danken aan het feit dat het hier zo goed als nooit regent. Ze zijn alleen van uit de lucht zichtbaar en de toeristische industrie heeft daar met verve op ingespeeld. Kleine vliegtuigjes vliegen af en aan met een twaalftal passagiers gedurende 20 minuten over de meest zichtbare figuren. Daarbij zwenken ze nogal van links naar rechts en mensen met een gevoelige maag zien soms hun ontbijt weer in licht verteerde toestand. Het is inderdaad spectaculair en het feit dat geen kat uiteindelijk met zekerheid iets zinnigs kan zeggen over het nut en de bedoeling, maakt het allemaal nog wat mysterieuzer en aantrekkelijker. De Kolibrie, de Astronaut, de Handen en de Arbol boom lagen het best voor de foto.
In de late namiddag hebben we nog een mooie dagvulling. Met twee buggy’s rijden we de woestijn in. Goed vastgeriemd stuiven we met brullende motoren van respectievelijk 180pk en 200pk duinen op en af. Heel spectaculair. Boven op een hoge, steile duin wordt er gestopt en wie wil, kan met een soort snowboard naar beneden suizen. Ook spectaculair en leuk en daarbij een prachtsetting voor een groepsfoto. En dan rijden we verder tot de zon achter de duinen verdwijnt en wij er een mooie zonsondergang aan over houden.

Dag 8 – 18/4/11

6h00 uit de veren & 7h30 op weg terug naar Lima langs dezelfde weg. Peter probeert ons op te vrolijken met een hele rits statistische miserie over Peru en 200jaar geschiedenis van Midden en Zuid Amerika. Een forse brok die je doet duizelen en je oren tuiten.
In Lima stoppen we aan een restaurant met een enorm buffet vol Peruaanse lekkernijen en dan trekken we weer naar de luchthaven voor onze volgende binnenlandse vlucht naar Arequipa, en daar landen we bij valavond zonder problemen. We worden verwacht en in stijl naar ons hotel gebracht dat op wandelafstand ligt van het historische centrum. Maar dat is voor morgen, want Arequipa ligt op 2335m boven de zeespiegel en dus beginnen we hier en nu aan onze hoogtestage. Vanaf nu gaat het excelsior.

Dag 9 – 19/4/11

Dag 9 – 19/4/11
Are quippa - Monasterio de Sta Catalina

Een stralende dag met zon en blauwe lucht. De vulkanen El misti, Chachani en Pichu Pichu die Arequipa omringen liggen met hun besneeuwde toppen in de verte, lichtjes omfloerst fotogeniek te wezen. Het zijn trouwens niet de enige, in de omgeving liggen er nog zo’n 80-tal in de vallei van de vulkanen en in de 17e eeuw werd Arequipa volledig verwoest door aardbevingen en vulkaanuitbarstingen. Maar dat is verleden tijd. De stad die door de Spanjaarden gesticht werd in 1540 draagt de romantische naam ”la Ciudad Blanca” of de witte stad omdat veel gebouwen opgetrokken zijn in sillar een lichtkleurig vulkanisch gesteente. Langs de smalle straatjes gaan we naar het centrum. We lopen de rijkelijk versierde kerk van San Fransicus binnen, maken een oud vrouwtje blij met de kaarsen die we van haar kopen en wandelen verder naar het Plaza de Armas, het centrale plein met de kathedraal en de arkades.
Hordes, gele miniatuur taxis rijden van hot naar her, en mooi uitgedoste vrouwelijke politieagenten blazen zich te pletter om het drukke verkeer in goede banen te leiden.
We wippen ook eventjes de overdekte, permanente markt binnen, altijd goed voor kleurrijke momentopnames. We bezoeken het Monasterio de Santa Catalina. Gesticht door een rijke weduwe Maria de Guzman en gebouwd in 1580, was het een eerder exclusieve aangelegenheid. Enkel kandidaten uit de hogere klasse werden aanvaard mits een fikse bruidschat en iedere non mocht tot 4 bedienden meebrengen. Het was er een jolige bedoening tot paus Pius IX er lucht van kreeg en in 1871 een Dominicaanse non naar toe stuurde om orde op zaken te stellen. Een aardbeving in 1960 veroorzaakte grote schade en om de wederopbouw te bekostigen werd een deel opengesteld voor het publiek. Het is een kleurrijk geheel, met z’n 20.000m² een klein dorp, met straatjes en steegjes genoemd naar Spaanse steden. Momenteel wonen er nog een 20-tal nonnen in een afzonderlijke vleugel maar die krijg je niet te zien.

We lunchen in een restaurant in de stad en gewoonlijk is daar een combo die, afhankelijk van de kwaliteit, de maaltijd opluistert of teistert, beginnen doen we nogal dikwijls met een Pisco Sour.
We slenteren nog wat rond op de Plaza de Armas en de smalle straatjes en wandelen dan terug richting hotel om nog wat uit te blazen want morgen wacht ons een hoogtepunt, letterlijk, want dan zitten we eventjes ei zo na op 5000m.

Dag 10 – 20/4/11

Dag 10 – 20/4/11
Chanchani vulkaan

We vertrekken voor een lange 7 uur durende ”scenic ride” naar de Colcavallei. We starten in Arequipa op 2335m, bevoorraden ons met water, energiedrankjes, coca bonbons en coca blaadjes en aldus gesterkt voor de grote hoogtes zijn we om 8uur op weg. Een goed uur later zitten we al op 3400m en kijken onze ogen uit naar de panoramas die we voorgeschoteld krijgen. De weg voert ons in een grote cirkel om de Chanchani vulkaan die als een baken van 6000m lang zichtbaar blijft. Deze weg zit vol visueel lekkers, zelfs de vicuñas lopen kortbij en poseren. Een eenzame mobiele verkoopster is alle concurrenten voor als zij bij een plas-foto-stop haar meegebrachte waren breed uitstalt. Verderop heeft een plaatselijke herder zijn kudde alpaca’s versierd met rode lintjes en verwacht een Nuevo Sol voor de moeite en een foto. En dan arriveren we aan de Mirador de los Andes op 4910m. Tijd voor een versterkend kopje mate de coca the, kijken wat er allemaal voor moois wordt aangeboden door de talloze verkoopsters en een foto voor de herinnering.Dan gaat het bergaf naar de Colcavallei met de Colcarivier en ons verblijf voor vandaag, de Colca lodge op 3250m.

Dag 11 – 21/4/11

Dag 11 – 21/4/11
Colca vallei

Vandaag moeten we er wel op een vreselijk onchristelijk uur uit, om 4h30 want we gaan op visite bij de condors, de Cruz del Condor. Het is een uurtje rijden op een kronkelige grintweg en er komt altijd een massa volk op af. We zijn bij de eersten, zitten op de eerste rij en wachten geduldig tot de zon de aarde voldoende heeft opgewarmd zodat er thermiekbellen ontstaan die de condors gebruiken om tot 5000m te stijgen en tot 200km af te leggen. We staan hier op 3780m en de canyon is hier zo’n 1200m diep. De omgeving en het panorama is subliem. En dan gebeurt het, plots, uit het niets komen ze aanvliegen en worden we vergast op een waarachtig condor ballet. Een regelrecht kippenvel moment.

Tijd om op te krassen, want we hebben nog een lange rit voor de boeg naar Puno. We rijden voor een deel langs dezelfde weg terug, en lassen verschillende fotostops in, want de vergezichten over de Colcavallei en de Colcarivier met de terrassen uit de Inca-tijd doen je hier toch naar adem happen en bij iedere stop zitten feestelijk uitgedoste verkoopsters die hun waren met de glimlach aanprijzen.

We stoppen voor een barbecue lunch, en beginnen dan aan een lange rit van naar schatting 6 tot 7 uur die vrijwel constant op grote hoogte loopt, zeg maar de altiplano 4200m gemiddeld met enkele uitschieters van 4450m. Het landschap is afwisselend woest en ruig, soms monotoon soms met onwaarschijnlijk mooie panorama’s. Maar het vroege ochtendlijke uur, de constant kronkelende baan en natuurlijk de hoogte eisen uiteindelijk toch hun tol. In het beste geval ben je wat ijl in je hoofd en heb je wat hoofdpijn maar een paar onfortuinlijken zijn er nog kotsmisselijk bij ook en als we rond 19 uur op onze bestemming in Puno aan het Titicacameer arriveren is mijn enige betrachting een lange, warme douche, een superlichte snack en een goed bed en dat is een pak beter dan een paar reisgenoten die toch wat medische assistentie nodig hebben. Dit was ”one hell of a ride”.
En dan dit, volgens Peter vertrekken onze chauffeur en de plaatselijke gids onmiddellijk terug naar Arequipa, pak weg 12 uur rijden!

Dag 12 – 22/4/11

Dag 12 – 22/4/11
Titicacameer met de vlottende eilanden

De zon schijnt alweer, buiten en in onze hoofden en we houden het rustig vandaag. We gaan met een bootje op het Titicacameer. Het hoogst gelegen bevaarbare meer ter wereld, 3800m, en het grootste zoetwatermeer van Zuid Amerika verdeeld over Peru en Bolivië. Hier leven de Uro op kunstmatige, vlottende eilanden van totorariet. Oorspronkelijk was de bedoeling zuiver defensief maar vandaag zijn het op en top toeristische attracties. Ieder toeristenbootje krijgt een eilandje toegewezen en daar wordt op een ludieke manier gedemonstreerd hoe men het riet gebruikt voor de constructie van de eilandjes waarop de families leven. Alles wordt met het riet gemaakt, ook de bootjes en de hutten waarin gewoond wordt. Leefden ze vroeger uitsluitend van de visvangst die ze aan de wal ruilden, dan is nu heel zeker de toerist de grootste bron van inkomsten. Een kijkje nemen in de (zeer) eenvoudige hutjes, en dan een demo-tochtje op een van de bootjes in totorariet en dan zetten we onze tocht voort naar een ander, natuurlijk eiland, Taquile. Een eilandje zonder auto’s, zonder hotels, zelfs zonder elektriciteit vooral bekend om zijn handwerk traditie. ”Taquile en zijn textielkunst” zijn uitgeroepen tot ”Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid” door Unesco. Breien wordt uitsluitend gedaan door mannen. De vrouwen maken garen en weven. Voor de lunch moeten we een paar honderd meter omhoog en dan wandelen zij die er voor kiezen over de berg naar de andere zijde waar onze boot wacht om ons terug te varen naar Puno.

Dag 13 – 23/4/11

Dag 13 – 23/4/11
Cuzco - Sacsayhuaman

We moeten er weer om 4h30 uit, want we hebben een vroege vlucht naar Cuzco en de luchthaven in Juliaca is een goed uur rijden hiervandaan. We zijn goed op tijd en hadden ons niet moeten haasten want de vlucht is 1h40 vertraagd, maar om 10 uur landen we in Cuzco, 3250m, hoofdstad van het Inca rijk en opgenomen als Unesco Werelderfgoed sedert 1983. En we bezoeken gelijk een paar Inca sites, Qenqo en Sacsayhuaman. Het eerste is een grotachtige constructie allicht voor religieuze ceremonies, er is niet veel van overgebleven en je hebt er behoorlijk wat inlevingsvermogen voor nodig, het tweede, dat je uitspreekt als “sexywoman” is heel wat indrukwekkender. Een drievoudig omwald complex, citadel en zonnetempel, op een heuvel boven Cuzco op 3700m, opgebouwd uit reusachtige blokken die perfect in mekaar passen en waarvan het gewicht geschat wordt op 120 tot 200 ton. Ze zouden op voorhand gekapt en gevormd zijn en dan als legoblokjes in mekaar gezet. Het geheel werd grotendeels blok voor blok vernield door de Spanjaarden die het materiaal gebruikten voor de bouw van hun koloniale Cuzco. Van daar dat vandaag enkel de grootste blokken zijn overgebleven. Maar het blijft een indrukwekkend staaltje van Inca bouwkunst en je hebt een mooi zicht over de stad. Terug in Cuzco lummelen we nog wat rond in het centrum en we krijgen nog wat volksdansen te zien op de Plaza de Armas.

Dag 14 – 24/4/11

Dag 14 – 24/4/11
Chinchero markt

Vandaag gaan we naar Chinchero, een dorp op 3760m een kleine 30km van Cuzco. Vooral bekend om z’n kleurrijke markt. Maar oorspronkelijk was het een favoriete verblijfplaats van de Inca heerser Tupac Yupanqui. De kerk, binnen is een juweeltje van Indiaanse Barok en gebouwd op de fundamenten van Inca bouwsels en de prachtige landbouw terrassen laten er geen twijfel over bestaan wie daarvan de bouwheren waren.

De bewoners houden er nog zeden en gewoonten uit de Inca tijd in ere, zo is er nog altijd de varayoc, de chef die rechtstreeks gekozen wordt en herkenbaar is aan zijn met zilver beslagen staf, de ayllu, het werken in gemeenschap en er wordt nog heel actief aan ruilhandel gedaan. Mannen en vrouwen lopen rond in traditionele kledij en doen dat echt niet enkel voor de toeristen.

We bezoeken er een familiale weverij, krijgen een demonstratie hoe de alpaca en schapenwol wordt gesponnen, gekleurd met natuurlijke middelen en op eenvoudige wijze wordt geweven, maar het lijkt er toch wel op dat veel van het aangeboden assortiment gewoon uit moderne fabrieken komt.

Van daar rijden we naar Maras. Daar zijn zoutterrassen die al dateren uit de pre-inca tijd en nog altijd operationeel zijn. Het zout zit opgeslagen in de omliggende bergen. Langs een zoutwaterbron wordt het verdeeld over de verschillende poeltjes die ongeveer 30cm diep zijn, de zon verdampt het water en het zout wordt er uit geschept. Het coöperatieve systeem dat nog altijd in voege is dateert uit de Inca-tijd. Het is net een mooi kunstzinnig lappendeken. We wandelen er langs en naar beneden, zoeken onze bus op en rijden terug naar Cuzco.

Dag 15 – 25/4/11

Dag 15 – 25/4/11
Tipon

We bezoeken Tipón, volgens de American Society of Civil Engineers een geotechnisch en waterbouwkundig meesterwerk van de Inca, visueel en functioneel in harmonie met de omgeving. 12 landbouwterrassen voor verschillende gewassen die aangepast waren aan de verschillende hoogte en oordeelkundig bevloeid werden, met muren en stenen die overdag zonnewarmte opsloegen die werd afgegeven tijdens koude nachten. Een ongelooflijk knap staaltje van vernuft.
Wij gaan het bekijken en benaderen van bovenaf. Daarvoor rijden we met 2 kleine busjes langs een onverharde, slingerende, steile bergweg naar een klein, haveloos dorpje. Mensen wonen hier nog eenvouding in adobehuizen en leven van de landbouw. AdA sponsort hier ook het schooltje waar de kleuters wedijveren met “om ter langste snottebel”. We worden begroet in het “quechua”, de lingua franca van de Inca’s, door de lokale chef. Samen met zijn schoonzoon begeleidt en gidst hij ons langs een modderig en soms moeilijk begaanbaar pad het hinterland in. Een beetje voorbij een Inca ruïne krijgen wij van hen een korte demonstratie van een ceremonie ter ere van pachamama, Moeder Aarde, een mengeling van christendom en de oude goden. Heel ernstig, heel sereen en heel indrukwekkend.

En dan botsen we op de eerste tekenen van Tipón, een kilometerlang kanaal, dat water van de berg naar een tussenstation moest leiden, dat op zijn beurt in verbinding stond met de landbouwterrassen en waar ook nu een bron voor water zorgt. Irrigatie en landbouw waren de hoeksteen van de Inca cultuur, want daardoor was er altijd voldoende voedsel en kon er tijd en mankracht vrij gemaakt worden om andere prestigieuze werken te realiseren. In de Tawantisuyu of Inca Federatie kende men het systeem van de ”mit’a” of verplichte burgerdienst in plaats van taxatie. Onder de Spanjaarden werd het gewoon slavernij.

Terug naar Cuzco voor de lunch, en een bezoek aan de Qorikancha, de Zonnetempel die door de Dominicanen geassimileerd werd in hun kerk en klooster tot in 1950 tijdens de aardbeving alles in mekaar donderde behalve wat de Inca’s gebouwd hadden. Bij de heropbouw werd een deel van de tempel zichtbaar en in ere hersteld.

Dag 16 – 26/4/11

Dag 16 – 26/4/11
Valle Sagrado

We zitten in de Valle Sagrado, de heilige vallei, aan de Urubamba, de heilige rivier voor de Inca’s en we gaan naar Pisac, ook voornamelijk bekend voor zijn markt op zondag. Maar wij gaan speciaal voor Inca Pisac, de archeologische site, hoog boven op de heuvel aan het begin van de vallei. De ganse heuvel is bezaaid met terrassen uit het Inca tijdperk, die nog steeds intensief gebruikt worden. Pizarro verwoestte Inca Pisac in 1530 en bouwde het Spaanse Pisac beneden in de vallei aan de rivier.

Langs een zig zag weg stijgen we snel naar 3300m en dan wandelen we nog wat verder naar de Intihuatana of de zonnetempel. Zo’n zonnetempel was vooral belangrijk voor de landbouw en moest de juiste datum van de zonnewende bepalen en daarmee de geschikte tijd van planten of oogsten.

Het uitzicht over de vallei is fenomenaal, liefhebbers kunnen van hier naar het dorp wandelen, 500m lager een kuitenbijter die je vooral in de knieën voelt, en die door de snelste onder ons in de recordtijd van 19minuten werd afgehaspeld. Wie doet beter?

We lunchen in het hotel en gaan dan naar de Inca site aan het andere einde van de Heilige Vallei, Ollantaytambo op 2800m aan de samenvloeing van de Patakancha en de Urubamba rivier. Het was ooit het domein van de Inca heerser Pachacuti Inca Yupanqui en het was ook een bolwerk van verzet tegen de Spanjaarden onder de rebel Manco Inca Yupanqui. Het ligt heel indrukwekkend, hoog op de heuvel, het ziet er uit als een fort maar het was eerder een ceremonieel centrum met traditionele landbouwterrassen. Er is wat mysterie rond de muur van 6 reusachtige monolieten, maar waarschijnlijk is het gewoon een onvoltooid bouwwerk. Op de heuvels rond Ollantaytambo staan opslagschuren waar voedseloverschotten werden in bewaard. Ze werden op grote hoogte gebouwd omdat de temperatuur er lager was en meer wind zodat voedsel langer bewaard bleef. Je moet er maar op komen.

Het dorp zelf met z’n smalle straatjes en watergoten is nog redelijk origineel. Veel huizen zijn nog altijd gemaakt volgens het Inca systeem, kancha, in blokken van 4 woningen rond een gezamenlijke patio die toegankelijk is vanaf de straat via een poort.

Dag 17 – 27/4/11

Dag 17 – 27/4/11
Macchu Picchu

De wekker loopt af om 4h15 maar vandaag is dat bijna een plezier, want we krijgen de kers op de taart, Macchu Picchu. We rijden naar het station van Ollantaytambo waar de verschillende treinen vertrekken naar Aguas Calientes, het eindstation voor Macchu Picchu. Wij gaan met Incarail en dat is een veredelde uitvoering van de kusttram. 2 Wagons groot met in executive class, zetels gebouwd voor kleuters of pygmeeën want voor volwassenen is slechts voor de helft beenruimte voorzien. De rit duurt een goeie 90minuten tot Aguas Calientes en daar staan kleine busjes klaar die je langs een steile onverharde zig zag weg naar de ingang van Macchu Picchu op 2430m brengen. En je bent daar niet alleen! Unesco Werelderfgoed sinds 1981 en verkozen tot een van de Nieuwe Zeven Wereldwonderen in 2007 in een internet poll, trekt het meer dan 2000 bezoekers per dag. De kassa rinkelt er non stop.

Dit jaar wordt het 100ste jaar sinds Hiram Bingham het voor het eerst zag en er hangen zoveel mythes rond dat je er van duizelt. Waarom het werd gebouwd, waarom het werd verlaten, waarom de Spanjaarden er nooit een voet zetten. Meer vragen dan antwoorden maar het geheel, de locatie, de omgeving en het zicht op de vallei, de rivier en de bergen is indrukwekkend en gewoon prachtig!

Het is 9 uur, er hangt nog wat lage bewolking rond de Huayna Picchu en dat vergroot nog een beetje het mystieke aspect, maar de wolken trekken snel weg en we krijgen een mooie dag. Macchu Picchu is gebouwd op een berghelling en je krijgt heel wat trappen en hoogteverschillen te slikken tijdens de rondgang. Het is Bingham die de verschillende gebouwen een bestemming en een naam gaf, maar eigenlijk sloeg hij er ook maar een beetje naar als een blinde naar een ei.

We lunchen in de enige lodge die de site rijk is en wie wil krijgt de gelegenheid om nog naar de zonnepoort of de Intipunku op 2600m te wandelen en wordt beloond want je vergaapt je hier nog maar eens aan het uitzicht. Dit is trouwens ook de toegang voor diegenen die de meerdaagse trektocht, te voet, langs de Inca Trail naar Macchu Picchu hebben gedaan.

De site sluit om 17 uur en ons treintje vertrekt om 19 uur en dus hebben we tijd voor een drankje en wat nagenieten in Aguas Calientes en wij zijn een paar uur later terug in ons hotel in Urubamba.

Dag 18 – 28/4/11

We zijn vrij van dienst tot 12 uur vandaag. We rijden terug naar Cuzco voor onze vlucht naar Lima en we arriveren daar rond 17 uur, mooi op tijd om te genieten van de gigantische files en de absolute verkeerschaos van het spitsuur op weg naar ons hotel.

Dag 19 – 29/4/11

Dag 19 – 29/4/11
Larco museum

Laatste dag, maar voor we onze avondvlucht nemen hebben we nog een bezoek te goed aan het Larco museum. Een prive initiatief van Don Rafael Larco Hoyle die de collectie begon in 1926 en zo’n 45000stukken bij elkaar verzamelde en die ons een mooi overzicht gunnen van de verschillende culturen die we op onze reis hebben ontmoet.
We hebben nog een lunch op een archeologische site in Lima, maar dan is mijn honger naar adobe contructies rijkelijk gestild.
Einde van een mooie reis, die wat inspanning en uithouding vergt, maar samen met een sympathiek gezelschap, en een toffe reisleider heeft het zijn plaats in de “Hall of fame” ruimschoots verdiend.

Reisverhalen over Schaduw van de Inca

Peru

Rik Dillen (7 Reizen met ADA)

Heb je een vraag over anders dan anders of deze reis in het bijzonder?

François den Ouden vertelt je er graag meer over, volledig onafhankelijk, gebaseerd op eigen ervaringen.

Stel François den Ouden een vraag